Yes ...


Nieuwsbrief februari 2014
New Cooking Bag



Ik word ‘s nachts wakker van de wind die plotsklaps zijn kop opsteekt… We zitten er eigenlijk allemaal op te wachten in het hete, droge Ghana van dit moment. Want storm is een voorbode dat het weer aan het veranderen is en kondigt de eerste regen aan die eindelijk het stof zal doen laten neerdalen. Maar zo te zien blijft het vannacht alleen bij zware storm. En omdat het al maanden kurkdroog is geweest, is het een echte zandstorm. Ik sleep Faruk met matje en al naar achteren in zijn hut zodat ik zijn deur dicht kan doen. Vanwege de warmte slaapt hij al tijden pal in de deuropening van zijn kamertje. Hij wordt niet wakker… Ik check Lizzy in de andere hut maar ook zij ligt lekker te slapen en heeft er geen flauw idee van wat er om haar heen gebeurt… Het hek van de compound slaat met een harde klap tegen de grond, zinken emmers rollen rammelend heen en weer en bukkend -met mijn ogen half gesloten tegen het stof- probeer ik wat wasgoed te redden dat wanhopig aan de waslijn flappert… Ik ga mijn hut binnen en probeer de deur zo goed mogelijk te sluiten, maar door de droogte en de altijd hongerige termieten, is de deurpost helemaal los van de klei gekomen en ik trek hem met deur en al mijn hut in… Ik pruts een poos om het weer een beetje op zijn plaats te krijgen en voel ondertussen het zand door de brede kieren de hut inwaaien.  Ik veeg het zand zo goed en zo kwaad als het kan uit mijn bed, doe een schietgebedje dat  onze daken van gras het mogen overleven vannacht en val weer in slaap…

De volgende morgen is het landschap veranderd… het gele, droge gras rondom onze compound lijkt in bloei te staan en met een schok realiseer ik wat ik hier zie: de kapokboom heeft in de harde storm van vannacht veel van haar pluis prijsgegeven en dotjes van dit prachtige dons zijn blijven hangen in het stekelige gras en de kruidachtige gewassen… De schoonheid ervan ontgaat me in eerste instantie en paniekerig heb ik sterk de neiging om een emmer te pakken en dan als een gek één voor één die witte vlokken te plukken en in mijn emmer te stoppen. Ontzet kijk ik in het rond maar dan zie ik de humor er wel van in en glimlachend bedenk ik me dat -als we zo graag met natuurlijke materialen willen werken- we gewoon niet alles in de hand kunnen hebben! Het bewijs dwarrelt om me heen… Het enige goede nieuws wat deze aanblik me wil zeggen is dat we nu weten dat de kapok rijp begint te worden en we daar ons voordeel mee moeten doen!

De volgende ochtend bel ik meteen de kapokboer, de man die ons honderd zakken kapok zal leveren en net als gisteren val ik met de deur in huis -al is het deze keer letterlijk- en vertel hem opgewonden: ‘Het is begonnen…!’
Hij vraagt niet eens wát er dan is begonnen, maar lacht alleen en zegt:
“I have also started…!”

YES…!