'A boring outdooring ....'


Column 19 februari 2011
Leven in Tamale


Mijn woordenboek kent het woord niet maar hier is het woord ‘outdooring’ een begrip. Een happening om precies een week na de geboorte van een kind dit te vieren en de naam die het kind krijgt bekend te maken. Kanopees, plastic stoelen, keiharde muziek en eten voor iedereen zijn de ingredi
ënten voor zo’n feest. Mijn familie hier met hun ‘extended’ familie is bijzonder groot dus zijn er ‘outdoorings’ bij de vleet.
Vanmorgen was het weer zover. Een zoon van de oudste broer van Ibrahim was vader geworden van een dochter; Zanira, en wij waren daarbij aanwezig...

Ibrahim voegt zich na aankomst al snel bij zijn vrienden en de trotse vader trekt me een kamer binnen waar het piepjonge, in prachtige kleren gestoken, zwaar opgemaakte moedertje op de rand van het bed zit met een baby'tje in een oud ledikantje naast zich dat nog blanker is dan ik maar binnen een maand prachtig donkerbruin zal zijn... Voor een moeder is er weinig ‘buiten de deur’ zijn bij in deze kraamtijd want volgens de traditie moet ze veertig dagen thuis blijven en alleen voor de hoog nodige zaken mag ze het huis verlaten...

Ik groet de vrouwen die koken, de meisjes die afwassen, zwaai naar een groep vrienden en mannelijke familieleden van de vader die verderop bij elkaar zitten en ga een beetje verloren zitten op een plastic stoel en ben al gauw omringd door een heel stel kinderen. Tantes sturen ze snauwerig weg en komen bij me zitten. Ik krijg een plastic zakje waarin een piepschuimbakje met rijst zit en met een plastic lepel eet ik er wat van maar geef het grootste deel aan de kinderen die nieuwsgierig toch steeds weer dichterbij komen.

Ibrahim trekt zich terug met een stel vrienden en voor mij onbekende mannen in een van de kamers van het familiehuis en ik zit buiten bij de tantes in gedachten te bedenken hoe ik hier op een nette manier zo snel mogelijk vandaan kan komen om mijn enige vrije dag in de week lekker thuis te ‘vermaken’ met een berg wasgoed om daarna als beloning weg te duiken in een boek wat ik al voor de zevende keer lees bij gebrek aan voldoende leesvoer...

De tantes proberen een gesprek met me aan te knopen en het is altijd het zelfde liedje: Waarom stuur ik Ibrahim niet eens een keer naar de kapper want zijn haar is véél te lang, hij ziet eruit als een nozem... Hij mag die stoppels ook wel eens scheren! Het is toch geen gezicht! Altijd die afgezakte broek, dat slobberende hemd wat eruit hangt... De dames trekken een zuur gezicht en schudden afkeurend hun hoofd. Ze verwachten natuurlijk dat ik het roerend met hen eens zal zijn en ze kijken me verbijsterd aan als ik zeg dat als hij er zo bij wil lopen hij dat lekker zelf mag weten! Ik zit er niet mee! Ik vind het wel oké een bos haar, al die kaal geschoren hoofden hier is toch ook niet alles...! ‘Don’t mind the body, mind the engine’, voeg ik er aan toe en ik onderdruk een gaap...

Er klinkt vrolijke muziek uit de kamer waar het kleine groepje mannen zich ophoudt en met een smoes dring ik het mannendomein binnen. Het gaat er hier nogal gescheiden aan toe. Mannen bij elkaar en vrouwen onder elkaar is de traditie...Maar ik heb het met de leuterpraatjes wel gehad en maak binnen kennis met de directeur van een gezondheidsinstantie die zich bezig houdt met Malaria Preventie, de baas van Ibrahim en groet een aantal voor mij bekende vrienden en familieleden. Het is hier een stuk gezelliger! Een van die vrienden komt op een gegeven moment smoezend naar me toe en zegt dat het eten bijna op is en ze hebben in de stad banku, een typisch Ghanees gerecht laten klaarmaken en dat willen ze gaan ophalen met elkaar. De directeur heeft een grote landrover en ze willen eropuit. Ik weet toevallig waar ze het eten besteld hebben, er zit een leuke drinkgelegenheid aan vast en er begint me iets te dagen... Dan komt Ibrahim naar me toe en zegt liefjes dat ik maar weer lekker naar buiten moet gaan naar de vrouwen en goed op moet letten hoe ze water halen, hoe ze koken want daar kan ik nog wel wat van leren en na een vluchtige kus zit ik voordat ik het eigenlijk allemaal goed en wel in de gaten heb weer bij de saaie tantes met hun geklets...

Ik realiseer me pas echt wat er gebeurd nét een fractie te laat en als ik naar de straat ren om me te beklagen over dit hele gedoe zie ik de dikke auto net om de bocht verdwijnen... Ik ben het plotseling helemaal zat! Natuurlijk weet ik dat de gewoontes hier anders zijn en ik pas me over het algemeen goed aan... Ik weet alles van de cultuurverschillen, doe heus niet altijd moeilijk als dingen anders gaan als ik zou willen. Ik weet mijn plaats maar dat wil niet zeggen dat ik altijd op die plek wil zijn! Zeker in een relatie als de onze gaat het om geven en nemen maar de laatste tijd slaat de balans wel heel erg door naar ‘geven’ en vandaag, op dít moment, heb ik het even helemaal gehad en wil ik het er van némen!

Ik zeg de tantes snel gedag, voer het excuus op van de bult wasgoed die ligt te wachten, vraag een lift aan een van de feestgangers die naar de stad gaat en achter op de brommer zit ik met een grimmig gezicht te bedenken hoe ik ze straks even zal vertellen hoe ik over de gang van zaken denk... In de stad stap ik in een taxi die me sneller op de plaats van bestemming zou moeten brengen, maar de taxichauffeur gaat uitgebreid een praatje aan met zijn collega’s en na vijf minuten stap ik nog opgefokter de taxi uit en zet het op een lopen en laat verbaasde medepassagiers en een zich verontschuldigende taxichauffeur achter... ‘De raap’m benne gear’...!

Na een half uur driftig stappen zie ik de luxe wagen van ver al bij de ‘spot’ staan en voordat de verbaasde mannen -met een lekker koel glas in de hand- van plan zijn om wat te willen gaan zeggen steek ik van wal. Op niet mis te verstane wijze ga ik te keer dat ik me heel goed kan voorstellen dat ze de ‘boring outdooring’ wilden ontvluchten. Ik ga niet in op het feit dat iedereen zegt dat ze wel degelijk wachten op het eten dat nog niet klaar is en ik weiger in de pot te kijken waar ze me toe dwingen om hun gelijk te halen want ik ruik het heerlijke eten op afstand zelf ook wel! “Daar gaat het niet om”!, roep ik. Of ze denken dat ik achterlijk ben en me zomaar met een kluitje het riet in kunnen sturen, dat ik heus wel in de gaten heb dat het hier niet alleen maar gaat om het wachten op het eten maar met name hoe zo aangenaam mogelijk die tijd door te komen! En dat ik van de zomer wel het zefde zal flikken in Nederland en Ibrahim achter zal laten bij onbekende, kwebbelende tantes terwijl ik gezellig met vrienden op stap ga...” ENJOY!!!” zijn mijn laatste harde woorden... Ik been ervandoor en ik laat een verbijsterde groep achter...

Na een paar honderd meter lopen -die ik afleg met opgeheven hoofd en een prima gevoel-, snijd de dure wagen me de pas af en de directeur, de baas en een grote vriend in hun prachtige Afrikaanse gewaden stappen uit om me staande te houden... “You are totally right...!” zeggen ze verontschuldigend en nogmaals leg ik uit dat ik er niets op tegen heb dat ze lekker wat wilden gaan drinken maar ze hadden me toch mee uit kunnen vragen?! “Forgive us, please,  let’s go back”! zeggen ze en ze houden een portier voor me open... “Only if you buy me a beer” zeg ik halstarrig en lachend stemmen ze toe...

Ibrahim kijkt me wat onzeker en beteuterd aan als we weer in de spot aankomen... Andere gasten kijken ook gespannen toe hoe dit verder afloopt, maar ik zeg luchtig: “Sorry, I’m Dutch...” en ik loop regelrecht naar Ibrahim,  geef hem een hand, pak met mijn andere hand een koud flesje “Star-beer” aan van een van de mannen en zeg vrolijk: “Hey! You’re also here?” En opgelucht breekt die lach door waar ik zo van hou...: Een gapend zwart gat wordt zichtbaar waar eens een voortand zat, glimmende pretogen en ik moet de tantes toch wel een beetje gelijk geven; hij ziet er wat smoezelig, maar voor mij zeer aandoenlijk uit, een kwajong’, ‘stubborn’ tot en met, maar van eigenwijzigheid ben ik ook niet vreemd...!

Als ik na een heel gezellig half uurtje mijn flesje leeg heb wil ik opstaan om te vertrekken, maar de mannen laten me niet gaan, nou zal ik alles meemaken ook! En zo rijden we even later met zijn allen weer terug naar de ‘outdooring’ waar we in de kamer in het familiehuis met elkaar banku eten. We zetten de muziek weer aan en terwijl veel gasten in de deuropening komen staan en ik allerlei hoofdjes door de lamellen zie gluren dansen we met elkaar op mijn lievelingsnummer van de hier razend populaire Senegalese popgroep “Akon” en zing luidkeels de eerste zinnen tegen Ibrahim die zich lachend tegen over mij beweegt: “This life don’t last forever... so tell me what we’re waiting for...!”